De salderingsregeling: van opkomst tot einde
Weinig energiemaatregelen hebben zo lang voor politieke discussie gezorgd als de salderingsregeling. Van stimuleringsmaatregel tot omstreden subsidie, van geleidelijke afbouw tot abrupte beëindiging. Het heeft meer dan tien jaar geduurd voordat er definitief duidelijkheid kwam.
Hoe is de salderingsregeling ontstaan?
De salderingsregeling werd in 2004 ingevoerd als stimuleringsmaatregel voor particuliere zonne-energie. Op dat moment was zonne-energie nog duur en nauwelijks rendabel voor gewone huishoudens. De overheid wilde de adoptie stimuleren en koos voor een eenvoudig systeem: teruggeleverde zonnestroom mocht worden verrekend met afgenomen stroom, kilowattuur voor kilowattuur.
Dat betekende in de praktijk dat je elektriciteitsmeter als het ware terugdraaide. Stroom die je overdag met zonnepanelen opwekte en niet direct gebruikte, leverde je terug aan het net. Die kilowatturen werden later verrekend met de stroom die je 's avonds of 's nachts van het net afnam. Je betaalde per saldo alleen voor het verschil.
Voor huishoudens was dat een aantrekkelijke regeling. De terugverdientijd van zonnepanelen werd hierdoor een stuk korter en de investering was daardoor voor veel mensen haalbaar.
De groei die niemand had verwacht
De combinatie van dalende paneelprijzen en de salderingsregeling zorgde voor een explosieve groei van zonnepanelen in Nederland. Nergens ter wereld liggen er per persoon meer zonnepanelen dan in ons land. Dat is deels het directe resultaat van die stimuleringsregeling.
Maar die groei had ook een onbedoeld gevolg. Naarmate meer panelen tegelijk stroom terugleveren aan het net, neemt de druk op het elektriciteitsnet toe. Zeker op zonnige middagen, wanneer duizenden installaties tegelijk op vol vermogen draaien, heeft het net moeite om al die stroom te verwerken. De salderingsregeling had daarmee bijgedragen aan een probleem dat ze zelf mede had gecreëerd.
Tien jaar politieke discussie
Vanaf 2013 ontstond een politieke discussie over de toekomst van de salderingsregeling. In 2017 werd in het coalitieakkoord al afgesproken om de regeling af te gaan bouwen. Minister Wiebes diende daarvoor in 2020 een wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer.
Op 7 februari 2023 stemde de Tweede Kamer in met een voorstel voor geleidelijke afbouw, waarbij de regeling stapsgewijs zou worden verminderd tussen 2025 en 2031. Maar in Nederland is een wet pas definitief wanneer ook de Eerste Kamer instemt. Op 13 februari 2024 wees de Eerste Kamer dat afbouwvoorstel af.
Daarna volgde een nieuwe politieke ronde. Het kabinet-Schoof nam in het regeerakkoord op dat het volledig van het salderen af wilde, maar dan via een abrupte beëindiging in plaats van een geleidelijke afbouw. Op 17 december 2024 stemde de Eerste Kamer in met de Wet beëindiging salderingsregeling. Daarmee lag het juridisch vast: de salderingsregeling eindigt op 1 januari 2027.
Voor huishoudens die al die jaren de politieke discussie hadden gevolgd, was het een opvallende conclusie. Waar de Eerste Kamer in februari 2024 nog tegen een geleidelijke afbouw stemde, stemde diezelfde Kamer later dat jaar in met een abrupte volledige beëindiging.
Wat verandert er precies vanaf 2027?
Vanaf 1 januari 2027 vervalt de salderingsregeling volledig. Teruggeleverde zonnestroom wordt niet langer kilowattuur voor kilowattuur verrekend met afgenomen stroom.
In plaats daarvan ontvang je een terugleververgoeding voor stroom die je teruglevert aan het net. Die vergoeding is echter een stuk lager dan de stroomprijs die je betaalt wanneer je stroom van het net afneemt. Het verschil tussen die twee prijzen is in de praktijk aanzienlijk.
Concreet betekent dit dat een kilowattuur zonnestroom die je teruglevert straks veel minder oplevert dan een kilowattuur stroom die je zelf verbruikt. De financiële logica verschuift daarmee volledig. Eigen verbruik wordt veel waardevoller dan teruglevering.
Wat betekent dit voor huishoudens met zonnepanelen?
Voor huishoudens met zonnepanelen verandert de rekening. Wie veel stroom teruglevert en weinig zelf verbruikt, gaat er financieel op achteruit ten opzichte van de huidige situatie.
De logische reactie is het verhogen van het eigen verbruik. Dat kan door verbruik te verschuiven naar momenten waarop de panelen opwekken, maar in de praktijk is dat niet altijd mogelijk. Een wasmachine kun je overdag draaien, maar 's avonds verbruik je nu eenmaal stroom.
Een thuisbatterij lost dat probleem op. Door overdag opgewekte zonnestroom op te slaan en 's avonds te gebruiken, hoef je minder stroom van het net af te nemen. Daarmee behoudt elke kilowattuur zonnestroom zijn volledige waarde, ook na 2027. Meer over hoe een thuisbatterij daarbij helpt lees je in de kennisbank over thuisbatterijen (/kennisbank/thuisbatterij/).
Is een thuisbatterij de enige oplossing?
Niet per se. Een warmtepomp die overdag op zonnestroom verwarmt, een elektrische auto die overdag laadt of grote verbruikers zoals de vaatwasser en wasmachine die je bewust overdag inplant, helpen allemaal mee.
Maar een thuisbatterij is het meest flexibele instrument. Het slaat automatisch op wat er beschikbaar is en levert automatisch terug wanneer dat nodig is, zonder dat je er zelf voortdurend over na hoeft te denken.
Voor huishoudens met een dynamisch energiecontract biedt een thuisbatterij daarnaast nog een tweede voordeel. Door ook in te spelen op goedkope stroommomenten op het net, kan de batterij meerdere doelen tegelijk dienen. Meer over hoe dynamische tarieven en thuisbatterijen samenhangen lees je in het artikel over dynamische energietarieven (/kennisbank/energie/dynamische-energietarieven/). En voor huishoudens die willen begrijpen hoe netcongestie en de salderingsregeling met elkaar samenhangen, lees je meer in het artikel over netcongestie (/kennisbank/energie/netcongestie/).